SCHIP aanpak: Het verhaal van Sebastiaan en Femke

Door Willemien Jobsen

De SCHIP methode is er op gericht om de relatie als ex partners op zorgvuldige en respectvolle manier af te sluiten en zo verder te kunnen gaan als partners in ouderschap. SCHIP is een acroniem voor Samenkomen, Conflict en verliesverheldering, Helpend horen, Integratie en Partnerschap. In vijf artikelen deel ik het verhaal van Sebastiaan en Femke, gescheiden en ouders van een dochter.  De irritaties en discussies blijven bestaan. Wat kan de SCHIP aanpak voor hen betekenen?

Fase 1: De S van Samenkomen

Sebastiaan heeft telefonisch contact met me opgenomen. Aarzelend legt hij uit wat de situatie is. Of ik hem en zijn ex-partner zou kunnen helpen?  Drie jaar geleden zijn ze gescheiden en dat was moeizaam verlopen, maar uiteindelijk ging het tot nu toe wel redelijk. Maar nu zijn nieuwe partner zwanger is, lijkt het wel of alle strijd weer losbarst. Sebastiaan geeft aan dat Femke, zijn ex-partner heeft ingestemd met dit traject als laatste redmiddel.

Dan volgt de eerste afspraak. Kort na elkaar komen ze binnen. Sebastiaan zit al op een stoel. Femke schuift haar stoel demonstratief nog verder bij de stoel van Sebastiaan vandaan. Ze gaat zitten met haar armen over elkaar. Ik spreek mijn waardering uit dat beiden zijn gekomen en leg de SCHIP aanpak uit en bespreek de afspraken die ik wil maken over de wijze van communicatie. Daarna vraag ik beiden wat er toe heeft geleid dat ze hier zijn. Sebastiaan begint uit te leggen wat er speelt en geeft aan dat hij via via heeft gehoord van dit traject. Hij wil graag dat het anders gaat, maar weet niet meer hoe.  Femke zucht en zegt: “ als jij niet zo moeilijk had gedaan, hadden we er allang samen uit kunnen komen. “ Sebastiaan wordt boos en geeft aan dat het altijd zo gaat.  Beiden zuchten en kijken woedend de andere kant op.  Ik vraag hen of de communicatie vaker zo verloopt. Beiden knikken.  Op mijn vraag of ze zich zouden kunnen voorstellen dat het anders gaat, kijken ze mij verwachtingsvol aan en Femke zegt: “Daar durf ik eigenlijk niet meer op te hopen.”

Dan vraag ik beiden hoe zij elkaar hebben leren kennen en wat de ander zo leuk maakte. Er is verwarring, irritatie zelfs. Femke zegt; “hier heb ik geen zin in, hoor.” Sebastiaan begint te vertellen over hun eerste ontmoeting en wat dit met hem deed. Samen met de hond hebben ze een eerste wandeling gemaakt. In de houding van Femke zie ik iets veranderen. Een voorzichtige glimlach om haar mond verschijnt wanneer ze hoort wat Sebastiaan vertelt.

In dit gesprek en het volgende gesprek staan we stil bij de start van hun relatie. Welke verwachtingen hadden ze beiden? Kunnen ze beiden aangeven waar het is gaan schuiven in de relatie? Dit is een vraag die veel emoties oproept. De drukke baan van Sebastiaan, de zorgen om hun dochter die kort na de geboorte vaak onrustig was en een ernstige vorm van reflux bleek te hebben, zijn  de eerste tekenen geweest waar ze elkaar zijn kwijtgeraakt. Het niet uit durven spreken van wat je denkt, of denken dat de ander het wel zal begrijpen heeft ook niet echt geholpen. Allebei zijn ze boos en verdrietig om hoe dit is gegaan. In deze gesprekken kunnen ze voor het eerst naar elkaar uitspreken wat ze hebben gemist en waar ze elkaar zijn kwijtgeraakt. Dit gaat gepaard met de nodige woede uitbarstingen en tranen, maar er wordt naar elkaar geluisterd. En dat is al heel wat.

De C staat voor Conflict- en verliesverheldering, fase 2.

Waar in de eerste twee gesprekken de sfeer aan het begin gespannen was, lijkt bij dit derde gesprek er wat meer ontspanning te zijn. Als voorbereiding hebben Sebastiaan en Femke nagedacht over de vraag waar zij nog verdrietig of nog boos over zijn.  Als ik deze vraag aan ze stel, verandert er iets in de sfeer. Femke slaat gelijk haar handen over elkaar. Ze benoemt een hoop waar ze boos over is. Als Sebastiaan aangeeft dat hij nog verdriet voelt, kan ze dit moeilijk geloven.  “Hoe kun jij nou verdriet hebben? Jij bent de veroorzaker van dit alles! Jij wilde niet meer vechten voor onze relatie!”

Sebastiaan hoort het gelaten aan en aan zijn gezicht zie ik dat het hem raakt. Ik vraag hem of hij wil reageren. Hij zucht en zegt: “ik had het heel graag anders gewild, voor ons, voor J, onze dochter. Dacht je dat ik nooit verdriet had als zij bij jou was?! Dacht je dat ik dat fijn vond?! Ik raakte ook een hoop kwijt. Kwam ik alleen thuis, vrienden die me een lul vonden toen ik Sascha leerde kennen. Mijn ouders die haar niet wilden leren kennen. Nou zo’n pretje was het niet hoor!” 

We staan stil bij de verliezen die geleden zijn. Wat ben je verloren als  het gaat om je houvast? Of om je toekomstperspectief? Door dit te benoemen, wordt het zichtbaar en bespreekbaar. Zo wordt het voor Femke duidelijk dat Sebastiaan ook zijn toekomstperspectief is verloren. Het gewenste gezin is er niet meer. Ook Femke voelt dit zo: “Als er ooit nog kinderen komen, hebben mijn kinderen verschillende vaders. Ik had me dit wel anders voorgesteld.”

Sebastiaan is geraakt in zijn rechtvaardigheid. “Ik werd door iedereen aangewezen als de lul. Hoe kon ik zo’n lieve vrouw en dochter achter laten. Ik werd veroordeeld door mijn ouders en ook door een aantal vrienden. Dat heeft me zo geraakt. Ik had het gevoel niets meer goed te kunnen doen.”

Nu Sebastiaan benoemd heeft waar hij verdriet over heeft (gehad) en Femke heeft uitgesproken waar zij nog boos over is, lijken ze wat tot elkaar te komen. Het zorgt er in ieder geval voor dat beiden naar elkaar luisteren. Ook in het volgende gesprek staan we stil bij welke verliezen Sebastiaan en Femke hebben ervaren en nog steeds ervaren. Er is gedeeld verdriet over het gezin dat ze hun dochter niet kunnen geven. Ze voelen beiden dat het zo beter is: immers geen ruzies meer, geen strijd en gespannen sfeer, maar er is ook verdriet omdat het zo is gelopen.

Fase 3: H van Helpend horen

Nadat in de vorige twee sessies uitgebreid is stil gestaan bij de verliezen en conflicten staan we in dit gesprek stil bij wat er nog gezegd moet worden. Zijn er gedachten die nog niet uitgesproken zijn? Wat zou je de ander nog willen zeggen?

Sebastiaan en Femke komen tegelijk binnen. Ze praten over hun dochter en wat het op school gaat. Een heel andere binnenkomst dan een paar weken geleden bij de start van de SCHIP aanpak.

Ik benoem wat ik zie en vraag of zij hier op willen reageren. Femke neemt het woord: “Ik merk dat ik gemakkelijker met Sebastiaan kan praten. Er is een last weggevallen. Eerst voelde ik altijd een soort van ingehouden woede als ik met hem contact had over J. ( hun dochter). Nu merk ik dat dit weg is.”

Sebastiaan geeft aan dat hij herkent wat Femke zegt: “Er is minder spanning, lading als we contact hebben. We kunnen rustig praten over J en hoe het op school gaat.  Ik voel minder stress om iets te vertellen wat J en Sascha samen hebben gedaan.” Femke schuift wat ongemakkelijk op haar stoel en kijkt weg. “Ja, daar schaam ik me eigenlijk wel voor. Ik heb vaak heel slecht gedacht over Sascha en jou. Niet omdat ik dat echt wilde, maar dat gebeurde gewoon.”

Ik vraag haar of ze wil vertellen wat haar gedachten waren. Eigenlijk wil Femke het niet vertellen omdat ze zich schaamt. Maar ze gaat toch overstag:  “Oké, ik heb vaak gedacht: ik zou willen dat jullie er gewoon helemaal niet meer waren. Dan had ik J voor mij alleen. Dan waren alle problemen opgelost.” Het is even stil.  “Nou ja, ook weer niet natuurlijk, want dan zou ze jou ontzettend missen en geen vader meer hebben is nog veel erger dan ouders die gescheiden zijn.”

Ik geef Femke een compliment dat ze dit uit durft te spreken. En benoem dat dit gedachten zijn die in wanhoop en frustratie naar boven kunnen komen. Dit neemt de lading weg van wat er is gezegd. Sebastiaan geeft aan het lastig te vinden om te horen, maar hij begrijpt het ergens ook wel. “Het is natuurlijk niet niks: we zijn uit elkaar. Dan krijg ik een nieuwe vriendin en J. ziet die ook als ze bij mij is. Maar ik wil je wel zeggen dat je het als moeder heel goed doet. Ik vind dat echt.”

Beiden zijn emotioneel door wat er is gezegd. Ze moeten er ook om lachen. “Dit hebben we tijdens onze relatie nooit zo gedaan. We hebben nooit echt besproken wat we dachten en voelden. Daar kom ik nu wel achter.”

We staan stil bij welke patronen ze herkennen in de communicatie. Sebastiaan herkent bij zichzelf dat hij op zoek gaat naar afleiding: veel sporten, veel met vrienden weggaan. Femke is meer van het vermijden. Laat de dingen meer op zijn beloop of gaat de situatie uit de weg.

Nu dit open op tafel ligt, ontstaat er herkennen en daarmee begrip voor elkaar. Ze kunnen dit niet bij elkaar veranderen, maar weten van elkaar hoe het zit is enorm helpend in de communicatie.

Fase 4: Integratie

De zomervakantie heeft er tussen gezeten en dat maakt dat we elkaar even niet hebben gezien en gesproken. Het valt me op dat Sebastiaan en Femke gemoedelijk met elkaar pratend samen  aankomen. Ik vraag hoe de vakantie is geweest. Femke geeft aan dat het voor haar al even geleden is. Hun dochter is op dit moment bij Sebastiaan. Ze heeft haar ruim twee weken niet gezien en was blij dat de maandag mee mocht naar school omdat ze startte in groep 3. Terwijl ze dit vertelt, kijkt ze Sebastiaan aan en zegt ze: “maar ja, dat zo lang moeten missen was natuurlijk voor jou ook zo, toen wij samen op vakantie waren.” Aan het gezicht van Sebastiaan zijn gezicht te zien is hij geraakt door deze woorden.  Ik vraag hem of hij hier op wil reageren. Sebastiaan zegt: “Het is heel fijn om te horen dat je begrijpt dat het voor mij ook lastig is geweest toen jullie samen op vakantie waren. Het geeft me het gevoel dat je beter kunt begrijpen hoe het is als J niet bij je is. Eerder kreeg ik altijd het gevoel dat ik dat niet mocht zeggen omdat jij vond dat het mijn schuld was.”

Femke reageert hier op en geeft aan dat ze nu beter snapt dat ook Sebastiaan verdriet heeft van wat er is gebeurd. Wat is het mooi om te zien hoe er begrip is voor wat beiden voelen en dat dit ook wordt uitgesproken.

Deze sessie is bedoeld om Sebastiaan en Femke te laten nadenken over een ritueel. Een ritueel dat ze samen gaan uitvoeren om hun relatie symbolisch af te sluiten. Ze hebben hier al over nagedacht. Sebastiaan stelt voor om uit eten te gaan en zo af te sluiten. Femke vindt dat lastig en wil dat liever niet. Ze wil liever iets doen met hun dochter er bij. Ik leg uit dat dit ritueel bedoeld is om hun partner relatie af te sluiten en dat dit iets is wat ze zonder kinderen mogen doen. Na overleg en nadenken komt Sebastiaan met het voorstel om samen in het bos een wandeling te maken met de hond. Zo zijn ze ook samen begonnen en wat hem betreft zou dit een mooie manier zijn om het ook af te sluiten. Femke ziet dat ook wel zitten. Ze plannen samen een datum waarop ze dit gaan doen.

De P van Partners in ouderschap, fase 5.

Deze sessie blikken we terug op het ritueel. Femke vertelt dat ze twee weken geleden samen een boswandeling hebben gemaakt met de hond van Sebastiaan. Het was vreemd en fijn om dit zo te doen. Al wandelend hebben ze gesproken over hun relatie, de gesprekken bij mij en hebben ze elkaar een kaart gegeven. Tijdens het bespreken van het ritueel benoemden ze beiden dat ze een eigen symbool hadden. Ze hebben na afloop van de gesprekken besloten om elkaar een kaart te geven met dit symbool er op. Voor Sebastiaan de natuur en voor Femke een hart voor de liefde. Op deze kaart hebben ze een persoonlijke tekst geschreven. Sebastiaan benoemt dat het emotioneel was om samen stil te staan bij hun relatie en hoe het nu is. “Het voelde gek, vertrouwd en ook fijn om dit met elkaar te kunnen doen”, zegt hij.

Femke vertelt trots dat ze nu samen bezig zijn om het verjaardagsfeest van J. te organiseren. Dit hebben ze eerder nog niet zo gedaan. Aan de deur werd afgestemd op welke dag J. waar was om met de familie de verjaardag te vieren. Nu hebben ze bij Femke thuis afgesproken om zowel het grote mensen feest bij Femke en bij Sebastiaan te plannen en ook het kinderfeestje voor te bereiden. “En het ging goed”, meldt Sebastiaan trots. En voegt hij er aan toe: “Ik heb mijn familie laten weten dat wij samen hebben gekozen om het op deze manier te doen. Daar was nog wel eens commentaar op. Nu heb ik voor het eerst gezegd dat Femke en ik dit samen zo willen.” Wanneer hij dit zegt, zie ik dat het Femke raakt. Ze benoemt het.

Ik spreek uit dat ik het fijn vind om te zien hoe de communicatie tussen beiden is veranderd. Hoe hun houding naar elkaar is veranderd. Dat vinden ze ook.  Op mijn vraag wat er nog nodig is, blijft het even stil. Sebastiaan zegt: “Ik weet het eigenlijk niet. Ik ben vooral heel blij dat het nu zo goed gaat.” “Maar wat gaan jullie doen, als het even niet goed gaat?” vraag ik. Femke zegt: “Dan geef ik dat eerder aan. Ik zal eerder uitspreken als ik me ergens aan stoor. En ik hoop dat Sebastiaan niet alles per app wil regelen. Dat vind ik lastig.” Sebastiaan reageert hier op en vraagt: “Wil je me dat dan wel laten weten? Als ik het vergeet en toch via de app reageer. Kun je me dan zeggen dat je dat niet wilt?”

Voor Sebastiaan en Femke is het helder wat ze de ander kunnen geven en wat ze zelf nodig hebben om zo met elkaar hun ouderrol in te kunnen vullen. Ze durven aan te geven als het even niet zo fijn gaat en hebben er vertrouwen in dat ze de gekozen weg kunnen vervolgen.  Met deze mooie woorden besluiten we deze laatste sessie.

Na zes weken heb ik met beiden mailcontact om te vragen hoe het gaat. Sebastiaan en Femke laten me weten dat het goed gaat. Sebastiaan is inmiddels vader geworden van een zoon. En Femke en dochter J. zijn samen het nieuwe broertje gaan bewonderen.

“Ik ben zo blij dat ik deze stap heb gezet. Femke en ik kunnen op een normale manier met elkaar communiceren. Ik voel me veel rustiger als ik contact met haar heb en merk het ook aan J. Het was best intensief, maar heeft zoveel opgeleverd.”

“Ik had niet kunnen denken dat het SCHIP traject mij / ons dit zou opleveren. Ik heb met J. een cadeau gekocht en samen zijn we op kraamvisite geweest bij haar nieuwe broertje. Wie had dat een half jaar geleden kunnen denken?”

Geef een antwoord